HOOFDSTUK 90 Al-Balad (DE STAD)

GEOPENBAARD TE MAKKAH 20 verzen

Algemene opmerkingen:

De in het eerste vers vermelde stad, waaraan dit hoofdstuk zijn naam ontleent, is Makkah - de stad die in het vorige hoofdstuk gewaarschuwd was voor de straf, die haar zou overvallen, gelijk die de vroegere volkeren overvallen had. Maar zij zou de stad van de Heilige Profeet (s.a.w.) zijn, en het tweede vers bevat een voorspelling, dat er een tijd zou komen, wanneer de Moeslims niet alleen in die stad niet vervolgd zouden worden, maar ook dat zij haar als veroveraars zouden binnentrekken. Maar een mens kan, aldus zegt het hoofdstuk ons, geen doel bereiken, tenzij hij voortdurend hard strijdt, en zo moesten de Moeslims de moeilijkheden onder de ogen zien.

Biesmiellaahier - Rahmaanier - Rahiem.

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle.

1 Ik zweer bij deze stad, -

2 En gij (profeet) zijt vogelvrij in deze stad. 1414

3 En bij de vader en wat hij verwekte. 1415

4 Voorwaar, wij hebben de mens geschapen om moeilijkheden (te overwinnen). 1416

5 Denkt hij dat niemand macht over hem heeft?

6 Hij zegt: Ik heb veel rijkdommen verkwist. 1417

7 Denkt hij dat niemand hem ziet?

8 Hebben Wij hem niet twee ogen gegeven?

9 En een tong en twee lippen?

10 Hebben Wij hem dan niet de twee hoofdwegen getoond? 1418

11 Maar hij besteeg de heuvel niet.

12 En wat weet gij (er van) wat de heuvel is?

13 Een slaaf te bevrijden.

14 Of, op de dag van honger iemand te voeden.

15 Of een wees, die u verwant is.

16 Of een wees, die in het stof ligt. 1419

17 Bovendien behoort hij (die dit doet) tot hen, die geloven en elkander aansporen tot geduld en die elkander aansporen tot barmhartigheid.

18 Dezen zullen aan de rechter hand zijn.

19 Maar zij, die niet in Onze tekenen geloven zullen aan de linker hand zijn.

20 Een gesloten Vuur zal hun omringen.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

1414 Deze stad is Makkah, en de op deze plaats voorkomende vermelding is profetisch. Het duidt aan, dat de Heilige Profeet (s.a.w.) van verplichting ten aanzien van de heiligheid van ge gebied van Makkah ontheven zou worden, daar het hem vergund werd het met geweld binnen te trekken, gelijk hij deed bij de verovering van Makkah, waarop de woorden inderdaad slaan. En er is ook een gezegde van de Heilige Profeet (s.a.w.) tot staving hiervan.

1415 Hij die baart is iemand anders dan Ibrahiem (a.s.), de voorvader der Arabieren, en met degenen die hij gebaard heeft wordt of Ismaiel (a.s.) bedoeld, die Ibrahiem (a.s.) bijstond bij het optrekken der grondslagen van het Heilige Huis te Makkah, of de Heilige Profeet (s.a.w.) zelf, die het voorwerp van Abrahams bede was. Ibrahiem en Ismaiel (a.s.) waren beide getuigen van de waarheid van de Heilige Profeet (s.a.w.).

1416 D.i. s mensen bestaan is noodzakelijk een bestaan van strijd tegen moeilijkheden in dit leven, en geen groot doel wordt bereikt, tenzij men de moeilijkheden moedig onder de ogen ziet.

1417 Dit heeft klaarblijkelijk betrekking op den uiteindelijke toestand der tegenstanders, toen zij, na al hun vermogen aan de tegenstand aan de Heilige Profeet (s.a.w.) te hebben besteed, zagen, dat zijn zaak de overwinning behaalde en dan zeiden, dat zij hun vermogen inderdaad aan de tegenstand aan hem hadden verkwist. Vgl. 8 : 36.

1418 De twee duidelijke wegen zijn de weg des goeds en de weg des kwaads.

1419 Het goeddoen aan de onderdrukten, de armen en de wezen wordt een steile bergweg genoemd, wegens de moeilijkheid daarvan. De onveranderlijke vermelding van het helpen van de armen en wezen en het bevrijden van slaven brengt het ware karakter van de Heilige Profeet (s.a.w.) en de grote boodschap van de Islam aan het licht.